Whispers in the dark
2 september 2010
Zachtjes baant het water
haar weg, niet ver hier vandaan;
in stilte, door duisternis,
in onverstoorbaar tempo.
We zijn weg;
weg van deze wereld,
weg van wie we zijn
en wat we niet verdragen.
Whispers in the dark.
Twaalf slagen in de wildernis,
met de haan bovenop de toren;
door niemand waargenomen,
door niemand ooit gehoord.
Hear My whispers in the dark.
In herinnering gevonden
de dag die aangebroken is,
de woorden, ooit gesproken,
geschreven in onuitwisbaar schrift.
Voetstappen in het zand;
weg van hier, terug naar daar,
naar je Maker, je Verlosser,
naar de plek waar je behoort.
In het donker, in het duister,
in het zwijgen van de nacht,
niet achteromkijkend, maar
zoekend – tot je vindt.
© Nachtgezichten
‘Iemand anders volgen ze niet; ze lopen juist van hem weg, omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’
Aan de start van jaar twee…
29 augustus 2010
Wees mijn verlangen, o Heer van mijn hart,
leer mij U kennen, in vreugde en smart.
Laat mijn gedachten op U zijn gericht,
wakend of slapend, vervuld van Uw licht.
Geef mij Uw wijsheid, Uw woorden van eer,
dat ik in U blijf en U in mij, Heer;
U als mijn Vader en ik als Uw kind,
dat in Uw armen geborgenheid vindt.
Geef mij Uw schild en Uw zwaard in de strijd,
maak mij tot machtige daden bereid.
Wees als een burcht, als een toren van kracht,
wijs mij omhoog, waar Uw liefde mij wacht.
Consumeren in Amsterdam
22 augustus 2010
De afgelopen dagen was ik een van de 1,5 miljoen bezoekers van SAIL 2010 en bracht ik twee dagen door in de hoofdstad van ons land. Op dag twee werd ik de stad zat…
Een grote friet, zes kipnuggets en een kleine cola. Een briefje van vijf lichter verlaat ik om een uur of zes de Mac met mijn al veel te vaak samengesteld menu en ik neem mijn plaats in op de Dam.
Ik haat Amsterdam. Zo veel als ik van Utrecht houd, zo weinig heb ik met Amsterdam van doen. Te hoofdstattelijk, te toeristisch, te veel Japanners die mij al lurkend aan een ranzig rietje op de foto willen zetten. Ik mag in hun ogen dan misschien symbool staan voor de Nederlander – symbool voor Amsterdam sta ik niet.
Ik vlucht de Bijenkorf in en ga op zoek naar de schrijfwaren. 4e etage. Ik kijk om me heen of ik een lift of roltrap zie, maar vind deze niet. Twaalf trappen later gaat de zoektocht verder. Schrijfwaren vind ik niet – alleen een roltrap en een lift. Twee zelfs. En boeken – veel boeken. Ik stijg nog een etage voor een sanitaire stop en verlaat vervolgens onbevredigend het warenhuis aan de niet-Damkant.
Een smal achterstraatje is waar ik in terechtkom. Ik probeer mijn weg terug te vinden, maar beland op de Wallen 2.0. Even later zie ik het Centraal Station links voor me opdoemen en vervolg ik mijn weg, roekeloze automobilisten en (brom)fietsers ontwijkend.
Eenmaal aangekomen in het station entreteer ik de eerste AKO-winkel die ik zie – bij gebrek aan een Bruna of fatsoenlijke Bijenkorf – en ik voeg me in de rij matrozen die vorige week nog nooit van deze stad hadden gehoord, maar nu al glimlachend een ansichtkaart uit Amsterdam willen kopen; het kan snel verkeren in deze wereld. Ik reken mijn kladblokje en mijn twee pennen af en loop de stationstunnel uit, op weg naar de IJ-uitgang.
Een klein uur later waan ik mij in Zeeburg, op zoek naar wat te drinken. Ik open mijn portemonnee en besef dat ik nodig moet pinnen. Ik vraag een agent naar de dichtstbijzijndste pinautomaat en loop het hele eiland af om een mobiele pinautomaat van de ING te bereiken. Ik schuif mijn betaalpas in de desbetreffende gleuf en wacht om deze weer terug in ontvangst te nemen. Na luttele seconden verschijnt hij, om vervolgens meteen weer opgeslokt te worden. Heb ik weer. Ik toets desgevraagd mijn pincode in, in de hoop dat mijn betaalpas het vanzelf niet leuk meer vind daarbinnen. Even later komt hij langzaam naar buiten en trek ik ‘m uit de gleuf als een boze, doch bezorgde vader. Niet meer doen, jij.
In de verte zie ik een Albert Heijn en ik besluit er naartoe te lopen. Tijd is geld, maar vier euro voor een flesje drinken kost mij net even iets méér geld. Vrij snel heb ik het gangpad van de frisdrank gevonden, maar ik schrik van wat ik daar aantref: leegte. SAIL 2010 – powered by Gaastra and your local Appie. Ik wurm me door de lange rijen bij de kassa heen en loop nog een stukje verder door, de C1000 tegemoet.
Ik loop naar binnen, negeer het alarm van de poortjes dat plotseling afgaat en de twee witte haarballen van honden die hun baasje op dit moment in deze winkel uitlaten en loop linea recta naar de frisdrank-afdeling toe; ik smacht van de dorst. Mijn adem stokt bij de aanblik van dit gangpad: ook deze winkel is het slachtoffer geworden van dit mega-evenement. Ik grijp het laatste flesje natuurlijk mineraalwater zonder koolzuur en waan me op de goed-voor-de-stoelgang en cholesterol-verlagende weg. Voor een bedrag waarmee ik amper m’n handen mag wassen bij de toiletten van SAIL pin ik mijn flesje natuurlijk mineraalwater zonder koolzuur uit de Idèlbron in Hoensbroek, Nederland en loop ik de winkel uit, het alarmsignaal negerend dat nog steeds deze drukte overstemt.
Consumeren in Amsterdam: ik heb het overleefd. Gegeten, gedronken – en nu verwoord. Om het voor mezelf heel duidelijk te maken: dit – nooit – meer.
Twee maal is scheepsrecht
21 augustus 2010
‘Eigenlijk hadden we naar de parade moeten gaan, dan komen ze binnen.’
Ik zit in de trein naar Amsterdam en kan een klein glimlachje niet onderdrukken. Eigenlijk, eigenlijk moet je gewoon twee keer gaan…
Hoist the colours
19 augustus 2010
‘Klote SAIL. Je ziet er geen moer van, maar de drukte hier…’
Welkom in Amsterdam. De stad die vanaf vandaag vier dagen lang in het teken staat van misschien wel het grootste nationale evenement dat ons land rijk is: SAIL 2010.

